Doorgaan naar hoofdcontent

Met de kabeltrein naar Koya-san en een Japanse toko 床


"Eindelijk, we gaan naar het klooster, dit is waar ik deze reis voor heb geboekt." Dit was een uitspraak van een van onze medereizigers. Djoser schijnt als een van de weinige reisorganisaties een overnachting in een klooster aan te bieden. Koy-san, in de reisgidsen beschreven als afgelegen maar niet eenzaam. Ik kan me helemaal vinden in deze omschrijving. De route er naar toe ging met de trein en een kabeltreintje en verliep aanvankelijk wat rommelig. We moesten erg vroeg opstaan, omdat we een lange reis voor de boeg hadden. Eerst met een trein van Japan Rail, de zogenaamde JR-trein, daarna de beroemde Shinkashen en vervolgens met de bus om naar de voet van het dorpje te komen. Daar zouden we met de kabeltrein naar het dorpje Koy-san gaan, waar het klooster was. Je kunt al aan je klompen aanvoelen dat dat niet helemaal gladjes zou verlopen. We kwamen er wel, met wat overstappen en goed op elkaar letten; was een hele onderneming op zich. Na al dat reizen, zouden we lekker kunnen uitrusten in het klooster.
Toch ondergingen we met deze tocht toch niet helemaal hetzelfde als de monniken en pelgrims die gedurende hun zware tocht een reiniging- en belijdingsproces ondergingen. Wij hadden dus het comfort van verschillende vormen van transport; heel wat anders dan het 70 km eindeloos stijgen en dalen van de tocht die Kumano-Kodopelgrims afleggen. Het gemak van een steile kabeltrein is dan toch wel wat aangenamer. Je moet natuurlijk wel afspreken of we allemaal in dezelfde kabeltrein gaan of niet, klein detail als je met een groep van 21 man reist. Niet iedereen kon uiteindelijk in de 'eerste' kabeltrein, maar sommige van ons zaten er al in, dus dan kun je ook niet zomaar uitstappen. Gelukkig kwam de eerstvolgende heel snel, binnen vijf minuten bleek later, en waren de controleurs aan het einde van het traject, zoals je misschien nog weet laat je je ticket pas zien aan het einde van het traject, heel erg flexibel.
Not dus, het zijn en blijven Japanners die natuurlijk precies doen wat is voorgeschreven.
In ieder geval wel een hartelijk welkom op het werelderfgoed
Koya-san
Regels zijn regels, dus met een groepsticket kun je
 alleen uitchecken met de hele groep.
We waren met een groep en op een groepsticket. Dus dan kun je niet met de helft van de groep alvast door de controle als de reisleider het groepsticket heeft. Maar niet getreurd, tijdens het wachten konden we genieten van het schitterende uitzicht.


Eenmaal, met de complete groep, aangekomen in het dorpje Koya-san, moesten we nog even met de bus naar het klooster. Daar gold echter: aankomst en inchecken vanaf 14.00u. Dus ja, daar moet je dan wel aan houden. Michiel had blijkbaar gerekend op wat extra reistijd, maar onze jongens hadden tijdens alle stations goed opgelet, dus waren we daar niet verdwaald en hadden alle aansluitingen zonder vertraging genomen. Even in het toeristische dorpje rondgekeken, heerlijk geluncht in een vaag tentje, wel lekker. Akira had deze keer hetzelfde als Murat een paar dagen daarvoor, koude noedels met vlees, en zij vond het heerlijk. In het dorpje ook nog wat souvenirs bekeken en voor mezelf een mooie linnen tas met Japanse print erop gekocht. 
En toen was het tijd om het klooster te betreden. Zoals ik het nu schrijf, zo voelde het ook. Alsof je op audiëntie gaat, niet dat ik dat ooit gedaan heb, maar klinkt wel leuk en passend.
Michiel had ons duidelijk geïnstrueerd om op de trap géén schoenen te dragen, maar de slippers te gebruiken. Hij had vorige keer een enorme uitbrander van een monnik gekregen, omdat hij met zijn schoenen op de trap kwam.
Deze stonden in rijen klaar en wij stopten onze schoenen in de daarvoor bestemde schoenenkast. Niet iedereen had helemaal door hoe het werkte, sommige van ons deden wel hun schoenen uit, maar stapten vervolgens op de buitengrond, op hun sokken die natuurlijk daar vies van werden, en stapten in de sloffen. Je merkt op dat soort momenten dat niet iedereen begrijpt wat de achterliggende gedachte is bij het uittrekken van je schoenen. Laten we het erop houden dat zij thuis hun schoenen aanhouden, terwijl wij die uittrekken, waardoor er geen viezigheid van onze buitenschoenen in ons huis komt.
Na een 'warm' welkom, er werd bijna niets gezegd, niets uitgelegd, blijkbaar hoort dat niet, konden we naar onze kamers. Was ook nog even spannend of dat allemaal goed uit zou komen met de singles en de duo's. Het leek er eerst op dat Akira en Karin samen een ruimte kregen, maar die bleek toch gescheiden te zijn door een wand. Wij hadden een schitterende kamer, groot, aan het einde van de gang, waarschijnlijk zou dat gemakkelijk door tweeën gedeeld kunnen worden. Weet niet precies de grootte, alles in Japan wordt in tatami, 90 cm breed en 180 cm lang, uitgedrukt, misschien wel 10 tatami. De lengte was dus ook prima: niet verwonderlijk dat Murat zich hier in Japan als een vis in het water voelt.  

Onze kamer, wellicht zelfs de washitsu met een heuse toko

Vroeger, in de tijd van de shoguns, gaf één tatami de oppervlakte aan die één samoerai nodig had voor al zijn bezittingen en om te kunnen slapen. Aan de hand van het aantal tatami werd dus zichtbaar hoe rijk een shogun was, immers hoe meer samoerai hij in dienst had, des te meer tatami hij nodig had. Het was dus vroeger een teken van rijkdom om tatami te hebben, het gewone volk slipe eerst op vloeren die veelal in gestampte aarde werden aangelegd. Later kregen ook de huizen tatami, hetgeen letterlijk geplooid en opgestapeld betekent. Dit heeft te maken met de verwijzing naar het maken van de mat: een kern van rijststro die omwikkeld wordt door een gevlochten mat van hetzelfde materiaal. Tegenwoordig heeft ieder modern Japans huis tenminste een kamer met een tatamivloer; dit heet de washitsu en is een speciale plaats in de woning waar bijvoorbeeld een theeceremonie wordt uitgevoerd. Ik las dat in deze kamers ook van de tokonoma (床の間)is, afgekort toko, wat een soort alkloof is in een Japanse ontvangstkamer waar siervoorwerpen getoond worden. Toch wel iets anders dan ons beeld bij een toko. Zo zie je maar weer, je wordt iedere keer verrast door een andere wereld.

Na een korte instructie van onze gids, dat we niet in onze kimono naar buiten mochten, ja logisch, en dat we dat het wel leuk zou zijn als we dat allemaal tijdens het diner, om klokslag 18.30u, zouden dragen, hadden we vrije tijd. Er was gelegenheid om te wassen en ritueel te baden, alleen tussen 16u en 21u verder niet, of naar buiten op het kerkhof of naar de laatste rustplaats van de heilige Kukai, die na zijn overlijd de naam Kobo Daishi kreeg. Hij is de grondlegger van de Shongonschool, de Leer van het Reine Woord. Wij bleven in onze washitsu (dat las ik later pas en zag op de foto dat onze kamer daar wel beetje op leek) en rustten wat uit. We verheugden ons, ik althans, op het diner. Vooraf had ik in de beschrijving van Djoser gelezen dat het traditioneel monnikskost zou zijn. Helemaal vegetarisch, echt wat voor mannen! 


Gelukkig voor allen dat de bereiding van deze kost, shojin-ryori, ascetische keuken, zowel het gebruik van dieren als opwekkende groenten zoals uien en knoflook verbiedt. Helaas, wel sojabonen, gefermenteerd. Dus helemaal vrij van gassen, was het niet.

Tijd voor het diner, zie dat het bijna tijd is.

Ja, helemaal zonder vlees. Dat wordt smullen Murat!

Na dit verrukkelijke avondeten, ik vond het echt lekker, verkleedde iedereen zich weer om vervolgens in het donker naar het kerkhof te gaan. Echt spooky was het niet, maar wel een bijzonder ervaring. Ik ging op tijd naar bed, een aantal ging nog even naar het dorp om een afzakkertje te nemen, maar ik wilde de ochtenddienst meemaken.
Ik stond dus om 6.15u op, om half 7 zou de dienst beginnen en stak me in mijn kimono. Even zoeken en ik vond de zaal. De monnik gebaarde naar mij dat ik geen kimono mocht dragen, blijkbaar mocht dat tijdens diensten niet. Gelukkig dat hij mij dat nog even kon vertellen en meldde dat ik ook gewoon mocht komen, al zou de dienst al begonnen zijn. Een bijzondere dienst waar een monnik op verschillende toonhoogten verschillende gebeden zong. Mooi om mee te maken, maar niet zo mooi dat ik me zou bekeren :) 
Toen ik terugkwam, was het zaaltje redelijk gevuld, voornamelijk met andere toeristen. Van onze groep bleef het merendeel uitslapen; die zag ik wel weer aan het ontbijt. Dat was ook weer erg lekker, vond ik althans. Zelfs een soort ei in tempura vond ik lekker, niet iedereen at zijn ontbijtje op, smaken verschillen. 
Aan het eind van de ochtend was tijd om naar onze laatste verblijfplaats te vertrekken: Osaka.
Nog wat impressiefoto's van het aangenaam vertoeven in Koya-san.
Altaar waar de dienst gehouden werd.


Thee op onze kamer

Western toilet, stond er op het toilet voor dames

Erol voelt zich ook als een vis in het water.

Lekker even helemaal Zen met mijn zoon.

mooi scherm op een tatami









Reacties

Populaire posts van deze blog

Lau en Tinnie in Takayama (Nippon) en creatief met Turk

Het lijkt wel een studentenkamer! Je hebt vast wel eens het befaamde filmpje van Kerstmis met Lau en Tinnie gezien. Hilarisch is het zinnetje van Tinnie: "Het is hier heel gezellig." In dit geval was ik echt de Tinnie, terwijl Murat zich een slag in de rondte werkte op de was bij elkaar te rapen,  heen en weer naar de wasserette te rennen, lag  ik dubbel van het lachen op het bed. We waren in Cabin Hotel, beetje creepy hotel in het zeer toeristische dorpje Takayama. Michiel, onze reisgids, had aan het begin van de avond gezegd dat onze koffers de volgende dag met de Takkyubin vooruit zou worden gestuurd en we voor twee dagen onze reistassen moesten klaarmaken.  Murat kwam op het lumineuze idee om - bijna al - onze was te gaan doen; helaas was hij niet de enige die dat had bedacht. Terwijl de andere van de groep het dorpje aan het verkennen waren, waren wij in onze hotelkamer met de was bezig.  Je moet je een shabby motel voorstellen, zoals je weleens ...

Buddha, tikje anders dan gedacht

Buddha & Deniz Deze keer maar eens echt de toerist uitgehangen en bij Denny’s ontbeten. Vreemd dat je ook zelfs daar de vraag krijgt: " Smoking or non smoking?" Vandaag gaan we met de trein naar Kamakura en terwijl we met de toeristenstroom mee een wandeling maken naar het enorm grote bronzen beeld, viel mijn oog weer op een bijzonder eetetentje: Kebab halal foods. Halal: iets wat niet echt veel voorkomt in Japan. De hoogte van die enorme massa 13.4 meter en hij weegt 121 ton. De echte naam is Kamakura Daibutsu. Ze zijn in 1251 begonnen en pas een decennium later klaar. Rijke familie hebben voor dit standbeeld betaald. Vraag met toch af waar het zo typsich in mijn ogen Amerikaanse crowdfunding vandaan komt. De oorspronkelijk bijbehorende houten tempel was al zo vaak door aardbevingen verwoest, dat de mensen besloten om dit niet meer te herbouwen. Het beeld is echter zo zwaar, dat dit zelfs de tsunami heeft doorstaan. Dat dit een tsunami gevaarlijk gebi...

Tsukiji, anime, uilen knuffelen en Tokyo 2020

Lekker visje in de vroege ochtend Deze bekende vismarkt was zo'n trekpleister voor toeristen, dat er een loting plaatsvond om hierbij aanwezig te zijn. Helaas is deze attractie, waar tonnen verse vis geveild werden, verplaatst in verband met de Olympische Spelen 2020. Ook af en toe dus wat nadelige gevolgen van het houden van zo'n mooi sportief evenement.  Onze groep vertrok deze ochtend ook wat later, we konden toch niet de echte handel - start om 05.00u - zien, dus erg vroeg hoefden we niet te zijn. Toch wel tikje aan de late kant, rond 11.00u gearriveerd. Michiel vertelde ons dat de meeste tentjes rond 12.30u sloten. Op zich logisch als je zo vroeg start, maar voor ons als toeristen niet echt goed te begrijpen dat als je handel kan drijven, je zo vroeg sluit. Zullen we ons wel vaker over verbazen, de lokale horeca blijkt vroeg te sluiten. Maar eigenlijk is het niet eens zo gek, als je weet dat Japanners bijvoorbeeld niet van onderhandelen houden. Je...